Zoek op trefwoord binnen de begrippenlijst:
|
|
onderpand |
| Bij een hypothecaire lening dient een onroerende zaak (meestal de woning) als onderpand. De eigenaar van het onderpand is de hypotheekgever. De geldverschaffende instelling is degene die het onderpand aanvaardt, de hypotheeknemer. |
onroerendzaakbelasting |
| Een gemeentelijke belasting die wordt geheven bij de eigenaar en/of bewoner van een woning. De hoogte van de onroerendzaakbelasting is per gemeente verschillend. |
opstalverzekering |
| Verzekering tegen schade aan de woning. Onder de opstalverzekering valt niet de inboedel. |
overbruggingskrediet |
| Een tijdelijke lening bij aankoop van een nieuwe woning zolang de oude woning nog niet is verkocht. |
overdrachtsbelasting |
| Belasting die betaald moet worden op het moment dat de woning van eigenaar verandert. De overdrachtsbelasting bedraagt 6% van de waarde van de woning. |
overlijdensrisicoverzekering |
| Een levensverzekering die tot uitkering komt bij overlijden van de verzekerde |
overwaarde |
| Van overwaarde is sprake als de verkoop- of executiewaarde van een huis hoger is dan de resterende schuld van de hypotheek. |
|